CANADA 2010 16 september-6 oktober
Alberta en BC
N.B. dit verslag is nog in bewerking


Dag 1:

In het
" Rijksmuseum Schiphol" bekijken we nog even de tentoonstelling over "de koe in de 17e eeuwse schilderkunst" met werk van Potter, Solomon Ruysdael en anderen.

Op relaxstoelen rusten we een tijdje en daarna kopen we wat lectuur, een filter en geheugenkaart voor de camera.
Een volle airbus brengt ons in 9 uur naar Calgary. Het eten is goed.
Marineke bekijkt twee films: Alice in Wonderland en Nanny McPhee en Manuel "Amadeus"; hier wordt Mozart neergezet als de vulgaire man die hemelse muziek schrijft.
Na een perfecte landing op Calgary Airport en de nodige douaneformaliteiten, wijzen bejaarde vrijwilligers (mooi systeem toch) ons de weg naar de hoteltelefoon. Je kunt daar bellen naar je hotel en na verloop van tijd verschijnt een shuttlebus.

verslag dag 1
De receptionist van het hotel Travelodge Calgary kan zo zijn kostje gaan verdienen als stand up comediat.
De kamer is prima; van alle gemakken voorzien en rustig. Marineke gaat mailen dat we goed zijn aangekomen en Manuel schrijft de eerste bladzijden van het reisverslag. In het restaurant eten we steak met frites en hete chicken wings. Ondertussen maken we een praatje met een Duits echtpaar dat heel Canada is doorgestoken (5000 km) en met een Nederlands stel dat morgen ook bij Fraserway een camper huurt.
Als het goed is worden we om half 9 opgehaald.

Dag 2: Vrijdag 17 september.
Het bijslapen lukt maar gedeeltelijk. Bij Manuel werkt de jetlag ook psychisch door. Het weer is behoorlijk, bewolkt en af en toe zon, maar het is wel koud. We nuttigen een stevig Canadees ontbijt met eieren, bacon, toast en een soort wentelteefjes. Lekker. Een paar forse bakken (Amerikaanse) koffie gaan er ook wel in. Het is nog best een stuk rijden naar het camperverhuurbedrijf.
In het busje zitten nog een aantal mensen (het blijken Duitsers te zijn) die ook allemaal gaan "camperen".
We worden heel prettig in het Nederlands geholpen bij de administratie en de camperinstructie (en de Duitsers in hun eigen taal). Het duizelt wel even, zoveel tegelijk te moeten onthouden, maar het zal wel wennen.
Na instructie en controle rijden we weg.


camper ophalen

gigantische supermarkt
Eerst boodschappen doen in een gigantische Wall-(super)markt. We zien onze Nederlandse mede reizigers ook nog even. Zonder problemen bereiken we de Trans Canadian Highway en rijden naar het westen, richting Banff. Het eerste stuk weg laat niet veel boeiends zien; later wordt het mooier: heel weidse velden, licht golvend agrarisch gebied. Iets wat je je bij Canada ook voorstelt.
In de verte zijn de Rocky Mountains al te zien, helemaal besneeuwd. Vlak voor we afslaan naar de Highway nr 40, richting Kananaskis, tanken we bij een ietwat shabby benzine station. Het bijbehorende winkeltje ziet er wel gezellig uit.
Marineke moppert dat de benzinetank niet goed vol was en passeert een schoolbus die de knipperlichten heeft aan staan.
Oei, dat mag niet, je moet namelijk altijd achter een schoolbus blijven wachten. Gelukkig geen boete.
De route wordt steeds mooier. Hoe verder we komen, hoe meer sneeuw.
Onderweg stoppen we nog even bij een bergstroompje. Er hangen allerlei gestreepte stokken boven het water om verschillende waterstanden aan te geven. Dichtbij is een dam (waterkrachtcentrale) die soms heel veel water ineens los laat..

geheimzinnige palen

Boulton Creek campground
De bergen, de bossen en meren zijn schitterend om te zien; we zijn weer helemaal in Canada. Onderweg ook het eerste wild: herten.
Om een uur of vier bereiken we campground Boulton Creek, onze eerste overnachtingsplek in het Peter Lougheed Provincial Park.
Er is een trading post waar we ons moeten inschrijven.
We krijgen een plek in het bos met een aansluiting op elektriciteit.
Er staan nog vrij veel andere campers.
Overal hebben mensen kampvuurtjes; er is bij elke plek een vuurplaats.
We sluiten de stroom aan en installeren onszelf.
We lopen een klein rondje door het kamp en maken daarna wat eten klaar; soep, vissalade en chili, alles uit blik en verpakt.
Weer eens wat anders.
Rond half acht wordt het donker.
We schrijven en lezen nog wat en gaan vroeg naar bed.

eerste hert

Upper lake Peter Lougheed PP
Dag 3: Zaterdag 18 september
Bij het opstaan is het schitterend weer. Totaal anders dan voorspeld. De bergen zijn prachtig in het ochtendlicht.
Na een rustig ontbijt rijden we naar een prachtig gelegen camping aan het eind van de weg (om te onthouden) en daarna naar het nabijgelegen Upper Lake. Een adembenemende omgeving. Het spiegelende meer is omringd met sparren en daarachter de schitterend witte Rockies, afgetekend tegen een blauwe hemel met witte wolken. Niet te geloven zo mooi. We wandelen een stukje van een dagwandeling rond het meer.

chipmunk
Overal duiken plekjes op waar we kreten van bewondering slaken.
Wat een natuur, wat een land. We zien loons (parelduikers) op het water, bedrijvige chipmunks tussen de struiken en een fraaie roodgenekte vogel die op de grond naar mieren of andere insecten op zoek is. Een bald eagle luiert lekker in de zon, veilig op een boomtak.

rode nek
Alleen al op deze plek zou je een week kunnen verblijven.
We gaan toch maar verder want we hebben nog meer plannen. Bij Elbow Pass staan heel veel auto's, hier is een mooie trail, leuk voor een weekend uitstapje.
Bij Highwood Pass stoppen we ook nog even om naar de prachtige omringende bergen te kijken. Ook hier zijn trails; een gemakkelijke, leuk voor de zondagmiddag en een moeilijke voor de geoefenden.
Iemand tuurt door zijn kijker. Wij volgen zijn blik en zien een viertal hoog een berg beklimmen. Stoer.
Marineke maakt nog wat foto's van een mooi beekje dat door het besneeuwde landschap slingert en we gaan weer verder.
De route via de Highway 40 blijft betoverend.

klimmers

big horn sheep
We zien beken, rivieren, meertjes en moerasland langs de weg. We moeten een paar keer stoppen voor Rocky Mountains schapen die op hun dooie gemak op de highway lopen. Mooie dieren. We zijn enthousiast als we donkere vlekken zien. Beren?
Het zijn koeien, grazend in de sneeuw.
In Longview waar het landschap verandert, tanken we. Er is weer zo'n typisch winkeltje van Sinkel bij het pompstation. We slaan nog wat etenswaren in.
Voor de liefhebbers staan er ook nog wat vuzuvela toeters….
De route naar het Chainlakes Provincial Park leidt door uitgestrekte golvende prairievelden, met overal rondzwervende koeien. Een heel ander landschap, maar in zijn soort ook weer mooi; cowboyland met ranches.
De camping is snel gevonden. Je mag een plekje uitzoeken en zelf registreren. Er is weer elektriciteit. Prettig.
Na een korte koffiepauze maken we een wandeling langs het meer. Het is hier een prima recreatieplek… voor als het mooi weer is… Het is nu bewolkt, grijs, kil. Het meer doet nu wat melancholiek aan.
Er is een tentje voor koffie en snacks.

Chain Lakes

eenden
De mevrouw moppert dat het zo koud en nat is; er zijn geen klanten.
Eenden met mooie witte buiken zwemmen rond. Een loon vertoont zijn duikkunsten: hij kan lang en ver onderwater zwemmen.
Een aantal eksters maken een kouwe drukte en een haas spitst zijn oren, gaat rechtop zitten en is weg voordat een plaatje gemaakt kan worden. Al met al een leuke wandeling in dit sombere weer. Jammer is wel dat we nu de bergen aan de overkant van het meer niet kunnen zien, het is te mistig.
Manuel maakt een salade, Chinese (hot) noedelsoep en pasta met tomatensaus en tonijn. Yoghurt toe, een goed maal.

Dag 4: zondag 19 september,
Het regent stevig, en het ziet eruit dat het de hele dag zal duren. De wijde vlakten zien er nu verlaten en troosteloos uit.
We gaan naar Head Smashed In Buffalo Jump (de naam verwijst naar een indiaan die omkwam bij de buffeljacht). Het is een historisch centrum gewijd aan en gevestigd op een plek waar vroeger de Blackfoot indianen buffels over een klif joegen en ter plekke slachtten, vilden etc. Het fraai gebouwde en ingerichte centrum, met de bijbehorende omgeving staat op de wereld erfgoedlijst.


regenachtig Alberta

klif (door erosie veel minder stijl)
Er zijn een groot aantal instructieve zalen en een (film)theater. In de filmzaal zien we een docudrama over de buffeljacht. Een indiaan met een buffelhuid op zijn rug speelde voor buffelkalf, waar de leidster van de kudde achteraan ging (de kudde volgt altijd haar leidster). De buffels werden verder opgejaagd langs een afgezet "pad" en zo geleid in de richting van een steile rots, waar ze door hun vaart niet konden stoppen en in de afgrond stortten. Degene die de val overleefden werden onder aan de rots alsnog gedood en in hoog tempo door specialisten gevild en geslacht.
Dit moest alles in no time, omdat op de geur hordes beren en arenden af kwamen. Op het eerste gezicht lijkt zo'n kudde een enorme hoeveelheid vlees op te leveren, maar gezien de omvang van de populatie, was het heel erg mondjesmaat. Dit aldus de rondleidende Blackfootgids. Hij weet heel erg veel, ook van archeologie, oude opgegraven voorwerpen en de trek van de vroegere mensen, tienduizend jaren geleden (vanuit Azië) hier naar toe.
rondleiding

danseres+ kids
Beneden in de centrale hal wordt vandaag gedrumd en gedanst door de natives. De kostuums zijn prachtig. Na afloop praten we nog even met een van de danseressen. Ze steekt de helft van haar tijd in dit danswerk met alles wat daarbij komt zoals het maken van de kleding. Ze is moeder van twee dochtertjes (die natuurlijk later ook gaan dansen). Ze heeft een opleiding in design gehad. Buiten zien we nog een gedeelte van de steile kliffen; door erosie zijn ze enorm afgesleten, maar ook nu nog vrij hoog.
dans in traditionele kleding
We kopen T shirts en ansichtkaarten en worden door de shuttle bus weer naar de plek gebracht waar onze camper staat.
De regen is verminderd en we rijden naar de Daisy May campground.
De buffels die we op de heenweg zagen, maar door de regen niet konden fotograferen zijn nu een heel stuk verderop gaan grazen.
Te ver weg voor een plaatje. Jammer.
Op de campground worden we plezierig ontvangen.
We hebben full hook: elektriciteit, water en afvoer (van toilet en afwaswater). Er zijn goede douches en toiletgelegenheden, een klein kampwinkeltje en zelfs internet.
De camping ligt aan de Oldman river, waarvan je bij mooi weer best lekker kunt genieten.

buffelschedels

fort MacLeod
Dag 5: maandag 20 september.
Het miezert en we kunnen maar niet besluiten wat we gaan doen; door naar Waterton of hier blijven.
Het lichtje dat aangeeft dat we toiletwater moeten afvoeren blijft steeds op rood staan. De camping beheerder zegt dat het de sensor wel zal zijn, we moeten er maar een kwak ijs ingooien. Doen we en we maken nog een praatje met de beheerder over het weer.
We gaan eerst naar het fort in Fort MacLeod, het nabijgelegen historische plaatsje en zullen daarna verder zien.
Het is zo ongeveer de bakermat van de RCMP, de beroemde Royal Canadian Mountain Police. Het fort bestaat nog min of meer in zijn oude vorm. We bekijken eerst een interessante documentaire over de oprichting van de RCMP, Minister Mac Donald riep deze politie in het leven om de whisky handelaars te bestrijden en de indianen te beschermen tegen de misdadige praktijken van handelaars, stropers en andere boeven. Een grote groep roodjakken trok dwars door Canada onder zware omstandigheden om zich onder andere hier te vestigen. Dat de RCMP succesvol was in het handhaven van de orde blijkt uit de goede verstandhouding die al spoedig ontstond met de indianen (in dit gebied de Blackfoots). Nog steeds is de RCMP een van de meest gerespecteerde politiekorpsen ter wereld.
RMCP uniform en local dress

handwerk natives
Het fort bevat heel veel voorwerpen uit het 19e eeuwse verleden.
Veel hing af van de (speciaal uitgekozen) paarden, waarvan het leven zeker zo hard was als dat van de mensen. Boeiend is ook een kapelletje waar diverse geloven konden praktiseren. Het plaatsje zelf heeft nog veel huizen (gevels) in de stijl van vroeger.
We lunchen in de camper met lasagne uit de supermarkt en rijden richting Pincher Creek.
Wanneer we daar op zoek zijn naar een campground, besluiten we door te rijden naar Waterton, 50 kilometer verderop.
Onderweg bijzondere vergezichten, met dreigende in de regen hangende bergen op de achtergrond. Hoe zal het weer in Waterton zijn?
We kopen een twee-etmalen-pas bij de ingang van het Nationale park. Bij de toeristeninformatie krijgen we een brochure over Waterton.
Dan zien we ineens twee jonge grizzly's oversteken. Manuel kan net een foto (helaas niet scherp) nemen voordat de achterste in het struikgewas verdwijnt.
Op de camping kunnen we gaan staan waar we willen.
We bekijken de wasruimte (keurig) en maken een praatje met andere Nederlanders die hier de boel al verkend hebben.
Het weer is dol: zon en regen door elkaar, soms met een mooie regenboog. Even een berg in het blauw, dan weer in mist en regen. Er lopen veel herten op het terrein, overal keutels.

jonge grizzly

sneeuw in Waterton
Dag 6, dinsdag 21 september,
De hele nacht is er natte sneeuw gevallen en ook 's morgens blijft het met tussenpozen sneeuwen, afgewisseld met regen. Niet zo hevig; dus we maken een wandeling naar de Bertha Falls, een middelzware tocht van ongeveer een uur heen en drie kwartier terug. Het is wel raar om op deze één na laatste zomerdag tussen besneeuwde sparren te lopen.
De uitzichten zijn hier en daar schitterend; het Waterton Lake ligt prachtig tussen de beboste hellingen.

Bertha falls trail
Het is wel jammer dat we door de regen- en sneeuwwolken de bergen niet kunnen zien, maar er blijft nog genoeg te kijken en te fotograferen.
Een waterval blijft fascinerend, hoe vaak je er ook eentje ziet, dat geldt dus ook voor de Bertha Falls. Behalve een enkele eekhoorn en wat vogeltjes zien we geen dieren. Op de camping maken we nog wat foto's van de herten en eten een boterham.

Bertha Falls
Daarna gaan met de camper naar Cameron Lake. Een bochtige en hier en daar redelijk steile weg die in een niet al te beste toestand verkeert. Het is een prachtige tocht door een kerstkaartachtig sneeuwlandschap.
Het meer ligt schitterend tussen de sparrenbossen, met aan de overzijde een gletsjer. Die is nu maar gedeeltelijk te zien, maar dit geeft wel een aparte wat onwezenlijke sfeer.

Gletsjer Cameron Lake

sparren bij Akamina Lake

We lopen een stukje langs het meer en daarna een kleine trail naar het veel kleinere Akamina Lake.
Een heerlijk stil moerasachtig meertje; met in de verte een paar zaagbekeenden. Je zou hier uren kunnen zitten als het niet zo koud en nat was.

infocentrum
Bij Cameron Lake is een klein en aardig informatiecentrum. Een van de wanden is beschilderd met een aan de ene kant een zomers en aan de andere kant een winters landschap.
In de wand zitten luikjes met daarachter afbeeldingen van dieren in zomer- en winterdracht.
Ook staat er beschreven hoe deze dieren 's zomers en 's winters leven.
We rijden op ons gemak terug naar de camping. Onderweg maken we nog wat foto's van de diepgelegen Cameron Creek. We stoppen ook nog even bij de eerste olieput van Alberta.

eerste oliebron Alberta

Wild horse river
Dag 7, woensdag 22 september
Het is stralend weer. De bergen rondom tekenen prachtig af tegen de blauwe lucht.
Na douche en ontbijt koppelen we los en gaan op weg naar de Red Rock Canyon via de Red Rock Parkway. Weer een prachtige tocht.

chipmunk in tegenlicht


konijn

Nu de zon schijnt en de wolken weg zijn, staan de Rockies er in volle glorie bij.
We stoppen voor wat foto's bij de Lost horse creek, een mooie stroom.
Aan het eind van de parkway zijn een paar mooie wandelroutes, één naar Blakiston Falls en één langs de Red Rock Canyon.

ptarmigan

red canyon

Beiden zijn gemakkelijk en fotogeniek.
De rode rotsen van de canyon zijn een wonder op zich en de waterval is ook weer mooi.
Onderweg naar de falls scharrelt een ptarmigan op het pad, niet schuw.
Het paar uit Minnesota dat een tijdje met ons op loopt, vertelt dat ze er al heel veel gezien hebben in de Canadese Rockies.
Op de terugweg knabbelt een konijn aan de gele blaadjes, ook al niet bang voor ons. Natuurlijk ook weer de druktemakers van eekhoorns (we ontdekken dat er veel verschillende soorten zijn).

Bij sommige picknickplekken ontdekken we grappige kachels.
We lunchen op een bankje bij de bij de kreek, lekker in het zonnetje. Wat een tegenstelling tot het weer van gisteren.
Manuel ziet nog een waterspreeuw (heet hier dipper).
Met diverse stops bij mooie uitzichtpunten rijden we naar Pincher Creek.
Een aardige man bij de toeristen informatie legt ons uit waar we een supermarkt en de campground Sleepy Hollow kunnen vinden.

houtkachel

Pincher Creek
Op de camping vinden we een plekje waar we kunnen genieten van het late zonlicht. We maken een wandelingetje naar de Pincher kreek. Alles is hier aanwezig, eenvoudig, maar aangenaam. In het late zonnetje eten we ons voorafje: grapefruit, daarna wordt het toch wat kouder en gaan we naar binnen. Marineke kan in het hoofdgebouwtje aan een bureautje internetten, handig.
Dag 8, donderdag 23 september
Het is weer stralend zonnig.
We gaan op tijd weg naar Crowsnest Pass. Er staat wel een stevige en koude wind, lastig met het rijden. We stoppen eerst even in Cowley, waar de prachtige film Brokeback Mountain, over twee homofiele cowboys, is opgenomen. We zien twee achter elkaar gelegen kerkjes een met een rood, de ander met een groen dak (protestant).
Die met het rode dak was vroeger vast katholiek. Nu is het een soort Bed and Breakfast: st Josephs Inn, reserveren bij Adam, grappig.
We rijden naar de Lundbeck Falls, een mooie, niet spectaculaire waterval bij een wel bijzondere brug. Voor de zoveelste maal valt ons op dat er overal openbare toiletten zijn, en zo schoon!
Heel interessant vinden we de Leitch Colleries. Hier zie je overblijfselen van een enorme steenkoolverwerkingsindustrie. Op allerlei borden kun je lezen hoe bijvoorbeeld cokes gebrand werd en wat er allemaal bij dit proces van winnen, verwerken en vervoeren, komt kijken.

Josephs Inn

Crowsnest
De sfeer van vergane glorie vinden we indrukwekkend.
In Hillcrest starten we na advies van een giftshop/informatiecentrum waar we wat leuke boekjes en kaarten kopen, een stukje historische route langs allemaal mijn(werkers)plaatsjes.
Op een gegeven moment wordt het een gravelroad, waar we met onze camper niet mogen rijden.
We zijn nu bij de voet van de Frank slide; de resten van een gigantische bergverschuiving die hier in 1903 heeft plaats gevonden. Het hele dorp Frank is toen weggevaagd. We rijden terug en nemen de grote weg naar het informatiecentrum over de Frank Slide. Hier vandaan heb je van bovenaf een goed gezicht op de slide. Het historische dorp Coleman slaan we over, we moeten nu echt een stukje verder rijden. Natuurlijk wel heel even een fotostop om de Crowsnest Mountain te fotograferen en even te kijken bij Island lake (onthouden voor een andere keer). Via Sparwoord en Fernie rijden we over de nog steeds winderige 3 naar het zuiden. Even voor de officiële afslag naar de campground die we in de gedachten hebben, neemt Marineke enigszins impulsief een afslag naar het Norbury Lake Park.
Frank Slide

blauw groen meer: Norbury Lake
De camping is basic, ligt midden in het bos dat aan grenst aan het Norbury Lake. We gaan in de buurt van nog een paar andere campers staan. Een punt van zorg blijk het displaypaneeltje dat o.a. de energiestand aangeeft. Het lijkt alsof de accu snel opraakt. Uit voorzorg doen we zuinig aan. Later geeft het display weer een andere stand aan. Kennelijk is ook hier de sensor niet te vertrouwen (net zoals van het afvalwater en de toilet), Foei Fraserway! We maken nog een mooi wandelingetje naar het idyllische meertje dat aan de overkant van de weg ligt en we liggen al om kwart over acht in bed (dan is het donker).
Dag 9, vrijdag 24 september
Half helder, half bewolkt.
Aan een kant is de mooie volle maan nog te zien, aan de andere kant is het betrokken. We gaan, op aanraden van de buren eerst een kijkje nemen bij de Trout Hatchery.
Een forellenkwekerij die de omringende meren voorziet van regenboog- en andere forellen (vorig jaar hebben we gezien hoe de volwassen exemplaren met een tankauto via een pijp het meer in geloosd werden).

forellenkwekerij

Goldpanner kampioen
Hier worden de dieren opgekweekt van eitje tot kleine vis.
Je kunt het hele proces op fraaie instructie panelen zien.
Er zijn nog twee kweekbakken met kleine visjes te zien.
Heel mooi en boeiend allemaal, temeer omdat er ook veel aandacht wordt besteed aan het natuurbehoud in ruimere zin. Buiten zwemmen een aantal grote forellen rond, die zich het door ons verkregen visvoer goed laten smaken.
Na een kleine wandeling rijden we door naar Fort Steele.
Dit is werkelijk een fraai openlucht museum met mooi gerestaureerde huizen en gebouwen uit de tijd van de goldminers. Alles is zo authentiek mogelijk ingericht en het ademt de sfeer uit van een stadje uit de laatste helft van de 19e eeuw. Vandaag is er een goudzoeker aanwezig die zijn verhaal vertelt en ons laat zien hoe je goud kan vinden in rivierzand (er schijnt nog behoorlijk wat te zitten).

dames van
Fort Steele

pizza in superstore
Een vrijwilligster heeft zich gekleed in oude kledij en vertelt en speelt verhaaltjes uit die tijd. Heel erg leuk.
In een van de huizen eten we scones en drinken thee. Onze gastvrouw heeft de scones zelf gebakken in een oude kolengestookte oven en ze is gekleed als een welgestelde jonge vrouw.
Dit werk in het openlucht museum is haar beroep, daarnaast studeert ze nog, ze wil een professionele zangeres worden.

In de superstore van Cranbrook slaan we wat levensmiddelen in (er is werkelijk alles te koop) en we tanken weer eens benzine.
Onderweg is het weer instabiel, windvlagen, buien, soms stukken blauwe lucht.
We passeren Yahk waarvan we achteraf denken dat we daar hadden moeten kamperen. Maar een stukje verderop in Erikson, vlak bij Creston, ligt toch een aardige camping: Mountain Resort. Het enige minpuntje is het lawaai van de grote weg. Maar ook dat valt achteraf mee. De campground ligt boven de Goat river en er loopt een aardige trail naar toe. Op een mooie plek bij de rivier kijken we wat rond en zien een waterspreeuw die natuurlijk op de foto moet.

dipper

Canadees vuurtje stoken
Er liggen stenen met de meest uiteenlopende kleuren en vormen. Je zou er een koffervol van willen meenemen. Terug op de camping maken we kennis met de eigenaar die Nederlands spreekt. We kopen hout bij hem en stoken een vuurtje in de fire pit. De maan komt voorzichtig door het wolkendek; een echt Canadees sfeertje.
Dag 10, zaterdag 25 september.
We zijn behoorlijk vroeg op en het is heel mooi weer. We lozen wat afvalwater bij de dump.
Via Creston rijden we naar het noordwesten, richting Kootenay ferry. Het is weer een prachtige route; vorig jaar reden we 'm in omgekeerde richting.
We kijken bij Lockhart Beach Park, niet ver van de veerpont, naar de campground. Het ligt mooi, maar geen voorzieningen. We gaan even op een grote lege parkeerplaats staan. De zon schijnt heerlijk en we drinken genoeglijk een kopje koffie.

koffiepauze aan het Kootanaymeer

op de ferry in het zonnetje
We rijden verder naar de veerboot en zijn ruim op tijd voor de ferry van half twaalf. Terwijl we wachten eten we een boterham op een bankje aan het meer. De overtocht naar Balfour is een pretje met dit weer. Manuel maakt een praatje met een Nederlands (Fries) echtpaar dat al 50 jaar in Canada woont. Hij begon als boer, maar is in het onderwijs beland en heeft daar carrière in gemaakt.
Aan de overkant vervolgen we de nog steeds fraaie weg richting Kaslo. We bekijken nog een camping die aardig aan het meer ligt, maar gaan toch verder omdat Marineke een andere in het hoofd heeft.
Schoeders Creek campground ligt 20 km ten noorden van Kaslo, pal aan het meer. Er zijn veel bootjes, zelfs nu zijn er nog veel motorhomes, de meeste voor een heel seizoen. De eigenaars zijn kennelijk fervente vissers. Er worden hier wedstrijden gehouden.
De ontvangst door de beheerster is grappig: we worden op een klein wagentje (zoals bij golfers) rondgereden zodat we kunnen kijken waar we willen staan. We nemen onze plaats in en maken een wandeling langs het haventje en vandaar langs het meer. Het loopt wat lastig met de keitjes. Op een boomstam tussen het driftwood, zitten we nog even heerlijk in het late zonnetje. Het meer wordt prachtig door bergen omringd, maar volgens de buurman is het daardoor 's winters wel heel donker.
Schroeders Creek campground

aan boord van de Moyie
Dag 11, zondag 26 september.
Geen mooi weer, jammer. We breken op en rijden eerst terug naar Kaslo voor een bezoek aan de oude (laatste) raderboot Moyie, die nu op het droge ligt, maar van ongeveer 1890 tot 1950 over het meer heeft gevaren.
De boot wordt door vrijwilligers onderhouden. Heel veel van het vroegere interieur van de machinekamer en het ruim is of goed bewaard of mooi gerestaureerd. We zien de salons (mannen en vrouwen), de hutten, de royal suite, ooit speciaal gebouwd voor de Engelse kroonprins. Er zijn allerlei geluiden aangebracht (van een typemachine bij de administrateur, kakelende kippen in het ruim voor vracht, uiteraard de machinekamer). Op oude foto's is te zien hoe de mensen gekleed waren.
Als is het slecht weer, we genieten toch weer heel veel van dit stukje tussen Kaslo en New Denver, naar ons idee een van het mooiste die we in Canada kennen.
Af en toe een stop voor een plas of een plaatje. Op een uitwijkplaats ontmoeten we twee mannen die een stinkdier gevangen en losgelaten hebben. Een ervan raadt ons met klem een trail aan bij Ratallac, waar geweldige ceders groeien. Het blijkt een gouden tip.
De wandeling door dit "oerbos" is fantastisch. Reusachtige ceders van honderden jaren oud, afgewisseld met planten in gouden herfstkleuren en felgroene mossen.

mooi meer

Ratallac

herfst esdoorn
In New Denver gaan we naar de dorpscampground aan het meer.
Een fantastische plek.
Het weer knapt op, zodat we 's middags in de zon aan het meer kunnen liggen. We eten bij de Valhalla Inn. Het eten is goed en weer veel.
Als we terug lopen wijst een man ons op de rode zalmen, paaiende kokanees. 's avonds bellen we oom Bart en tante Ann om onze voorgenomen komst aan te kondigen. We spreken af morgen meteen door te rijden omdat ze zelf woensdagochtend vroeg weg moeten i.v.m. familie omstandigheden.

esdoornmeisje

New Denver campground

mmm...
Dag 12, maandag 27 september,
We staan rond 6 uur op, het is licht bewolkt. We ontbijten, koppelen los en gaan om een uur of zeven op weg.
We rijden nog even langs het "herinneringskamp" waar vele Japanse burgers geïnterneerd zijn geweest na de aanval op Pearl Harbour.
Een groot onrecht is deze mensen toen aangedaan. We kunnen er niet in, het gaat pas om 10 uur open. We proberen toch wat foto's te maken over het hek, voor onze Japanse vrienden.

Nikkei Internment memorial centre

langs 31 A
Daarna op weg naar Nakusp, Deze route vanaf Kaslo tot Nakusp de 31A hoort tot onze favorieten. Schitterend begroeide bergen, mooie beken en rivieren, moerassen, watervalletjes en natuurlijk de vele stille meren.
Sommige bomen zijn al prachtig gekleurd. We rijden door Nakusp, waar we al twee jaar plezierig verbleven.

jonge arend
In Burton bekijken we de camping waar we oorspronkelijk de nacht wilden doorbrengen. We krijgen bijna spijt dat we vandaag verder moeten.
De campground ligt prachtig aan het meer.
Het is er heel stil, netjes verzorgd, geen voorzieningen als elektra, maar dat houdt het rustig.

bald eagle

meeuwen
In de bomen bij het meer zitten ospreys en bald eagles.
We kunnen ze van dichtbij op de foto zetten.
Verderop zit een grote groep meeuwen. Allemaal bezig met het opruimen van de kokanees die gepaaid hebben en dan dood gaan.
We drinken koffie, heerlijk aan het meer gezeten, kijken naar de vogels die rondscharrelen en genieten van de rust.
Wat een heerlijke plek.
We zijn tegen elf uur bij Fauquier, waar de ferry naar Needles vertrekt.
We kunnen vrijwel meteen de veerboot op.
Na een korte overtocht rijden we verder langs de mooie route. Onderweg zetten we nog een keer op een zonnige plek de stoeltjes buiten voor koffie en een boterham.
Het weer, eerst bewolkt en nevelig, is stralend geworden.
In Vernon moeten we weer aan de drukte wennen.
Tegen drie uur draaien we de weg op naar Ann en Bart.
Het welkom is hartelijk en Bart organiseert heel praktisch een verlengsnoer zodat we in de camper weer elektriciteit hebben.

hondjes op de veerboot

late zon in Armstrong
We drinken thee (met soezen) op het terras.
Een jonge poes speelt met onze sokken.
De kolibries zijn al weer op weg naar Mexico. Maar en zijn nog wel mezen die het voederhuisje bezoeken.
Lekker bijpraten over van alles en nog wat, over Nederland en Canada. Weer lekker eten: aardappels, vlees, groente, salade en appelmoes. In de avond komt een mede kerklid papieren brengen en even praten. Koffie met zelfgebakken koekjes, lekker. Nog wat verder praten en op tijd naar bed.
Dag 13, dinsdag 28 september.
Bewolkt en regen in de ochtend.
Een lekker ontbijt. Marineke is dol op havermoutpap en er zijn lekkere eitjes en meloen. Wat kaarten schrijven, weer koffie drinken en verder bijpraten met Bart, hoe het boerenbedrijf veranderd is en hoe hij zich voelt nu hij er alweer 10 jaar uit is. We staan versteld van de omvang van de bedrijven hier (honderden stuks melkvee) en van de productiecapaciteit van de koeien.
Om een uur of elf stappen we in de auto voor een rit naar het Roderick Haig Brown Park, waar de zalmtrek van de rode sockeye is te zien.

picknick in Roderick Haig Brown Park

paaiende kokanees
Het weer is helemaal opgeklaard.
We picknicken (sandwiches met zalm, en fruit). We wandelen langs de rivier om de zalmen te zien. Dat is weer heel bijzonder: duizenden grote rode zalmen die tegen de stroom op zwemmen naar hun paaiplek, om hun eitjes en sperma te droppen (de vrouwtjes wapperen er daarna wat zand overheen) en daarna sterven ze.

Net als vorig jaar vinden we het indrukwekkend.
We laten ons vertellen dat dit nog maar het begin is, binnen twee weken zal de rivier rood zijn van de zalm. Dan zal ook de bald eagle volop aanwezig zijn. Hier en daar liggen al dode zalmen.
We brengen een paar uur door met kijken, bijpraten en fotograferen (Marineke).
We eten nog een boterham en daarna verrast Ann ons nog met een prachtige sightseeing. We rijden over binnenwegen terug, langs prachtig gekleurde bomen, schitterend in het late middaglicht.


sightseeing

beren in de verte
We zien nog een beer met twee jongen grazen. Deze tocht langs het plaatsje Falkland is de moeite waard om te onthouden. De rust en de ruimte zijn een verademing na het drukke Vernon. Bart zou hier niet willen wonen, te eenzaam.
Thuis koffie en daarna weer lekker eten. De bijbellezing is een mooie gewoonte en in een andere taal klinkt de bekende tekst weer nieuw. Wij wassen af terwijl Ann spullen inpakt voor hun lange rit morgen naar Alberta. Ze gaan om vier uur 'ochtends weg, dus we nemen nu afscheid. Het waren weer fijne dagen.
Dag 14, woensdag 29 september.
Om half vijf in de ochtend zwaaien we Ann en Bart uit. Manuel viert vandaag, net als vorig jaar, zijn verjaardag in Canada, en met mooi weer. Vandaag luieren we wat en maken plannen voor de resterende dagen in Canada. 's Middags maken we een wandeling van 2 ½ uur in de omgeving. Lucy, de hond, loopt het hele eind mee. We hebben geen hondenriem bij ons en willen toch dat de hond aan de kant blijft als er auto's langs komen (niet veel) maar toch.. Manuel vindt een stuk blauw plastic touw langs de weg, dat als riem kan dienen.

wandelen met Lucy

koffie drinken in de zon
Lucy loopt werkelijk heel braaf mee.
Weer thuisgekomen is ze nauwelijks moe, ze drinkt wat en dolt weer met de kat. Buurvouw Lori komt kippen verzorgen, ze is ook Nederlandse, dus dat is gemakkelijk voor een praatje.
Ze raadt plekjes aan om onderweg te bezoeken en nodigt ons uit voor een kopje koffie vanavond, maar Marineke wil eerst nog uitvogelen hoe Bart .docs kan openen op zijn nieuwe computer (waarop Works geïnstalleerd staat). Achteraf blijkt het allemaal eenvoudig te doen, maar ja….
We eten verse sla uit de tuin, met wat restjes uit de koelkast.

Dag 15, donderdag 30 september,
Rond een uur of zeven staan we op. Het is erg mooi weer. Tijdens het ontbijt bespreken de voor en nadelen van de aanschaf van een jaarpas voor de nationale parken waar we doorheen zullen rijden.
We besluiten het nog maar even aan te zien en te kijken wat we tegenkomen.
Via Sicamous rijden we richting Revelstoke. Bij het Mara meer drinken we koffie op een bankje aan het meer.


bloemenhuis in Enderby

George Creek trail, Hemlock Falls
Er liggen veel dode zalmen in. Sommige al helemaal vergaan.
De dood maakt je tot een ding, dat is hier goed te zien.
Bij Craigellachie stoppen we bij het punt waar ooit "de laatste nagel" geslagen is in de laatste biels waarmee de spoorlijn tussen Oost en West Canada af was.
Er is een winkeltje bij, waar we een kalender en een paar placemats kopen.
De mevrouw die de winkel drijft, wijst ons op een mooie trail langs drie watervallen. Het blijkt een goede hint, het is een mooie wandeling.
Het bos is prachtig groen bemost, met donkere sparren en hier en daar berkenblaadjes fel geel opglanzend.
Het pad kronkelt af en toe steil omhoog en is soms wat glibberig. We zien veel paddestoelen en de watervallen (Fir Falls, Cedar Falls en vooral de Hemlock Falls) zijn beslist de moeite waard. Het gebied is vrij woest en er komen vast niet zo heel veel mensen.
Bij Revelstoke bezoeken we -op aanraden van Lori- de dam. Het is een gigantische stuwdam waarmee elektriciteit wordt opgewekt.
Voordat we het parkeerterrein op mogen worden wij en de auto geïnspecteerd. De camper van buiten (met een spiegel voor de onderkant) en van binnen.

paddestoelen

Revelstoke dam
Je mag geen tassen en camera's meenemen naar het bezoekerscentrum.
Dit ligt tegen de dam aan en loopt door tot in de dam, waar je met een lift omhoog kunt om de dam van boven te bekijken. We mogen binnen voor de halve prijs want de lift naar boven werkt vandaag niet, jammer.
Maar de rest is weer heel instructief.
Er is een interessante video over het maken (in Brazilië) van een van de gigantische turbines en het vervoer ervan over weg en water. Een enorme logistieke operatie.
In het visitor centre vindt Manuel een foldertje van een mooie campground aan een meertje net buiten Revelstoke. Dat spreekt ons aan. Onderweg doen we nog wat boodschappen. De Williamson's Lake campground is inderdaad open. Het is er heel mooi, rustig. We kiezen een plek, maken een praatje met de buren en gaan aan het stille meertje zitten om te genieten van de fraaie weerspiegeling van de bomen en struiken in herfstkleuren. We eten een boterham, schrijven en computeren wat tot het te fris wordt.
Wiliamsons Lake

uitzcht op gletsjer

lichtende berg

stronken van oude ceders
Dag 16, vrijdag 1 oktober,
Nevel en wolken bij het opstaan, maar we verwachten dat het op zal klaren. We lopen een trail rond het meer. Overal staan half vergane stronken van wat vroeger grote ceders geweest moeten zijn. Geheimzinnig, donkere spoken. Het pad is op sommige plekken erg steil en glibberig, temeer door alle gevallen bladeren.
Achteraf blijkt dat we nog iets verder hadden moeten klauteren om een waterval te bereiken. Een volgende keer dan maar weer. Terug bij de camper gaan we lekker in het zonnetje zitten lezen, koffiedrinken en luieren.
Tegen de avond maken we nog een klein wandelingetje.
Dag 17, zaterdag 2 oktober,
Ook nu is het bij het opstaan nevelig en fris. We rijden op tijd weg. Het landschap is in de optrekkende nevel ook mooi. De zon probeert door te breken en zet de bomen in een bijzonder licht. De route is weer prachtig, jammer dat we niet op meer plaatsen kunnen stoppen om de kleuren van het landschap vast te leggen.
We lopen een boeiende boardwalk die genoemd is naar de skunkcabbage, een plant met grote bladen die in de vroege zomer een soort maïskolfachtige bloemen heeft.
Dit gebied is moerassig, met volgens de borden veel vogels, vooral allerlei soorten kleine vogels.

skunkcabbage

skunkcabbage boardwalk
De meeste zijn nu vertrokken. Op een van de borden is te zien hoe ze geregistreerd, gemeten, gewogen en geringd worden. Er zijn hier in de rivier ook waterspreeuwen, maar ook die zien we nu niet.
paddestoelen
Bij Rogers Pass stoppen we even om van het landschap te genieten en naast de camper een kopje koffie te drinken.
In Golden gaan we naar de dorpscampground. Hij is gemakkelijk te vinden. We doen boodschappen, pinnen geld en zetten de camper op een mooie plek neer aan de Kicking Horse rivier. De campingbeheerder komt pas vanavond om 7 uur terug, je kunt dus weer aan de slag met zelfregistratie.

bij Rogers Pass

passagierstrein met opbouw
Aan de overkant loopt een spoorlijn en we zien in korte tijd een paar ellenlange (goederen)treinen rijden en zowaar ook een passagierstrein, met achteraan een paar wagons waar je helemaal bovenin kunt zitten en zo hoog en droog rond kunt kijken.
Na een paar uurtjes lezen en luieren in het zonnetje op een dijkje aan de rivier, maken we een lange wandeling.
Eerst door het achter de camping gelegen bos, daarna langs de rivier. Het is de bedoeling naar het punt te lopen waar de Kicking Horse River en de Columbia River samenkomen.
We komen een heel eind, maar stoppen op een gegeven moment bij een inham van de rivier waar we op grote stenen even uitrusten.

locs goederentrein

wandelen met de hond
Een meisje laat haar hond uit; een vredig gezicht.
Op de terugweg lopen we toch nog even over de fraaie houten brug waarover we twee jaar geleden ook liepen. We kopen nog wat brood bij 7 eleven en gaan daarna naar de Mad Trapper Pub, die we ook nog van vroeger kennen.
We kunnen nu helaas niet buiten aan de rivier zitten; te koud, maar binnen is het ook goed. Manuel neemt het menu van de dag (ribs) en Marineke smult van een 8 oz steaksandwich met frites en sla.

blue Jay

gouden Golden
Dag 18, zondag 3 oktober
Nevelig bij opstaan, maar het belooft toch aardig weer te worden. Op de spoorbaan grazen schapen. Voor het kantoortje van de campingbeheerder probeert Marineke wat te internetten, maar het lukt niet, de server is te langzaam.
De weg is nog rustig, de nevels geven weer een heel apart cachet aan het landschap. We rijden langs de wetlands, prachtig moerasachtig, een eldorado voor vogels, vooral waterwild. Het moet hier in mei heel interessant zijn wat dierenleven betreft, maar nu hebben we de pracht van de herfstkleuren, ook verbazingwekkend.
In Parson tanken we bij een sober pompstation annex winkeltje en postkantoortje.
De zaak wordt gedreven door een jong stel dat het twee maanden geleden overnam. Het bevalt hun goed. We drinken een bekertje koffie en Manuel koopt nog een postzegel.

schapen op de spoorlijn

rommelig benzinestation

zondagspost
De kaart met postzegel wordt direct afgestempeld (het is zondag), leuk voor een foto.
De rest van de rit blijft prachtig en afwisselend; moerasgebieden, rivier, bossen, soms een weiland met koeien, bergen in de verte en natuurlijk de kleuren van de bomen en struiken.
In Radium Hotsprings halen we wat informatie bij het visitorcentre en daarna rijden we naar de campground. Deze is mooi gelegen in de diepte, aan een klein stroompje.

vervallen schuurtjes

pal aan het beekje
We krijgen een plekje pal aan het beekje. Na een boterham, rijden we naar de hotsprings, een paar minuten met de auto, (drie kwartier lopen). We acclimatiseren eerst in het koele bad (eigenlijk lauwwarm), waarin je nog echt kunt zwemmen. Daarna laten we ons lekker weken in het warme bad, een ontspannende niet-bezigheid. We praten heel lang met een ouder echtpaar dat al ruim zestig jaar in Canada woont.
Radium Hotsprings
Het bekende verhaal van heel hard werken en aanpakken.
Grappig om te horen hoe de rijk geschakeerde Nederlandse kerkgenootschappen zich in Canada onder Canadese namen hebben voortgezet. We praten over van alles en nog wat en de tijd gaat snel voorbij.
In het souvenirwinkeltje bij de hotsprings eten we een ijsje, nou ja IJS. De prijs is er ook naar: ongeveer 10 euro. Wanneer we ons weer op de camping geïnstalleerd hebben, begint het te regenen.


ijs

klimschaap
Dag 19, maandag 4 oktober,
Dierendag, hopen dat we ze ook zien. Het is bewolkt en er hangt een nevel. We zijn niet echt vroeg weg ongeveer negen uur. Nog even tanken (wat slurpt de camper).
De schapen scharrelen nog steeds rond in het dorp.
Manuel fotografeert vanuit de auto de nauwe doorgang (Sinclair Canyon), toegangspoort tot Kootenaypark.
We kopen een kaart voor de Nationale parken, voor 18,50 kunnen we tot morgen 4 uur pm de parken bezoeken.

Sinclair Canyon

Olive lake

olijfforel
Een kwartier later lopen we een korte, mooie trail langs Olive Lake. Groen gekleurd, ondiep, met een forellensoort die niet groter wordt dan zo'n tien centimeter.
We zien ze hier en daar zwemmen en staan even stil bij de bron van dit meertje.


Het Kootenay Valley Viewpoint zal waarschijnlijk erg mooi zijn, het zit helemaal in de soepdikke mist. Manuel fotografeert het bord waarop je kunt bekijken wat je had kunnen zien. Verderop trekt de miste langzamerhand op en het wordt aardig weer.

olijfforel

Kootanay Valley Vieuwpoint

viewpoint bij mist

Numa Falls
Bij Vermillion Crossing bekijken we de ravage die de branden van 2003 hebben aangericht.
De bijna turquiose getinten rivier heeft bij Numa Falls, een canyon uitgesleten in de getinte ijzerhoudende rotsen.
Je kunt er veel trails lopen door de mooie wilde natuur.

Een paar minuten later zijn we bij Paint Pots. Hier is de grond helemaal oker gekleurd, allerlei tinten geel en oranje/bruin.
De oude rivierbedding is door de ijzerhoudende grond geel, waar het water minder hard stroomt is het groen, samen met de dwarsliggende neergevallen stammen een prachtig ritmisch schouwspel van kleur en lijn. De Indianen groeven hier vroeger de gele klei op, maakten er ronde balletjes van die ze platdrukten en bakten. Dit materiaal (ik denk iets tussen steen en sterk gedroogde klei) vergruisden ze weer tot pigmentpoeder voor hun huiden van de tipi's, gebruiksvoorwerpen en hun gezichten. Ook later werd hier door de blanken de grond gezeefd en gemalen om te worden gebruikt als pigment.
okerkleurige rivier

paintpots

pure oker

paintpotsplaatje
Marineke en Manuel voelen zich professioneel geïnspireerd.
paintpotsplaatje

Marble Canyon
De trail langs de Marble Canyon is prachtig. Een berg is 11.000 jaar geleden door de druk van kilometers dik smeltend ijs, gespleten en door die enorm diepe canyon stort zich een riviertje, in snelle stroom, af en toe als waterval doorheen. De uitzichten van bovenaf zijn adembenemend.
Het geheel krijgt een nog vreemder karakter doordat het omringd is door duizenden verbrande sparren. In 2003 is hier als gevolg van een grote droogte en een blikseminslag een enorme bosbrand geweest. Deze heeft weken geduurd en heeft een aanzienlijk deel van het park vernietigd. Nu komen overal weer nieuwe sparretjes op, en 's zomers moeten de berghellingen beeldschoon zijn door de bloeiende wilgenroosjes (fire weed, het eerste plantje dat na de brand weer groeit). Nu zijn de planten uitgebloeid en samen met die verbrande stammen geeft het een vervreemdend gezicht. Een grondeekhoorntje poseert geduldig.

verbrandde bomen bos

grondeekhoorn

van Radium Hotsprings naar Banff
Via Vermillion Pass (grens Alberta/BC; scheiding tussen de Atlantische en Pacific waterstromen gaan we richting Banff.
We nemen de 1A, de toeristische route.
Inderdaad is het nu weer heel mooi weer.
Een kleine stop iets voorbij Muleshoe om de Bow river en de vlakte eromheen te bekijken.
Vlak voor Banff maken we een paar foto's van de omringende bergen.
In Banff zelf rijden we even verkeerd en moeten zoeken voor we de juiste weg naar de campground vinden.
Banff doet zeer toeristisch aan en Marineke vindt het allemaal maar niks. De beheerder van de campground zegt dat het nu maar rustig is met zo'n 60 - 70 campers.
's Zomers zijn het er zo'n 1000 per dag.
Een Nederlandse buurvrouw vertelt ons van een rondje bij het Minnewanka meer. Het toeristenbureau heeft hen aangeraden om het tegen het vallen van de avond te rijden. Dan is er veel kans om wild te zien. We zijn nu een beetje moe en besluiten het morgenvroeg te proberen. In een naburig supermarktje kopen we brood, melk en nog een potje oploskoffie, alles bij elkaar $12,20, best duur.

Bow river langs 1A

elken
Dag 20, dinsdag 5 oktober,
We staan om 6 uur op en rijden als het een beetje licht begint te worden (tegen 7 uur) in de richting van Lake Minnewanka.
Op weg naar Johnson Lake, een van de kleinere meren bij Minnewanka, zien we elks (soort rendier). Het is eigenlijk nog te donker om ze te fotograferen.
Later bij het meer zelf gaat het iets beter. Een drietal jonge bokken laat zich vereeuwigen. Ze zijn echt al wat bokkig ingesteld, te zien in wat schijngevechten.

fotograferen

Two Jake Lake

Two Jake Lake
We rijden eerst verder en komen hier straks terug voor een wandeling langs het meer.
Bij Two Jack Lake is het inmiddels aardig licht en spiegelen de bergen mooi in het meer.
Een oudere man instrueert een jongere hoe foto's te nemen. Marineke zou er graag even bij gaan staan om er ook nog wat van te leren. Wij nemen ook foto's. Achteraf blijken de meesterwerken van Marineke toch wat verkeerd ingeschat wat betreft het licht.
Een klein eilandje op de voorgrond is nog te donker. Overigens genieten we ook gewoon van het wondermooie uitzicht.
Even verderop bij het Minnewanka meer zelf staat een hele buslading te fotograferen, allemaal Japanners denken we, maar er zitten ook 'gewone' mensen in. Onderweg naar Upper Bankhead zien we weer wat elks in de verte aan een bosrand. We maken het rondje af tot we weer bij Johnsons lake zijn.

We drinken koffie op onze stoeltjes in het zonnetje. Marineke experimenteert met het fotograferen van dauwdruppels op bladeren.

Minnewanka meer

jonge elken
Daarna lopen we een mooie trail rond het meer.
Er zwemmen weer zaagbekeenden, net te schuw om dichtbij genoeg te komen voor een foto.


reservaat

De trail leidt langs een soort eroderende zandstenen wand, in de verte een paar hoodoos, beneden ligt de rivier.
We komen bij een beschermd natuurgebied.
Het pad loopt er langs.

erosie richels
Verderop neemt een drietal meisjes al giebelend een foto van elkaar en ook van ons.
Verder hebben we nog geen andere mensen ontmoet, heerlijk stil.
Een tweede kop koffie plus een boterham gebruiken we bij Two Jack lake.
De sfeer is nu heel anders.
Het licht is plat en er staat een frisse wind. Het geheimzinnige van vanochtend is weg.

Johnson Lake

compressortreintje
Bij Lower Bankhead lopen we een interpretive trail die langs overblijfselen van een vroeger mijnwerkersdorp voert. Onder de cascadeberg die het dal overheerst, werd rond de vorige eeuwwisseling tot in de jaren 20 steenkool gedolven. Toen dat niet meer loonde, werd het hele dorp opgedoekt veel huizen werden op trailers geladen en naar andere plaatsen vervoerd.
De rest werd vernietigd. Er staan nog een paar resten van een lampenhuis, een elektriciteitscentrale, een paar oude machines en lorries.
Borden beschrijven waar alles voor diende. Interessant is een fotoboek van een Italiaanse nakomeling. Hij maakte die over zijn familie die in 1909 naar bankhead kwam. Het moet een prettige plaats geweest zijn ondanks het zware mijnwerkersbestaan. Nog zwaarder en moeilijker hadden het de Chinezen. Die woonden op een apart stuk land in minder luxe woningen.
We gaan op weg naar Canmore, een korte rit.
Bij de toeristeninformatie krijgen we uitleg over route naar de camping en over Canmore en omgeving.
In de gigantische Safeway supermarkt scheppen we allerlei lekkere dingen in een bakje om vanavond op te eten. Onze kortingskaart van vorig jaar blijkt nog geldig. Op de camping waar heel veel vaste staan- en seizoenplaatsen zijn, lopen konijnen rond en raven houden hele verhalen.
We schrijven aan de picknicktafel en soezen lekker in het zonnetje.

safeway

campground Canmore
Na een tijdje lopen we een stukje over de campground, en daarna tot de Mainstreet.
Daar kopen we lekkere zeepjes als souveniertjes. Op de terugweg zien we de bergen gaan kleuren in de late zon.

zonsopgang

Dag 21, woensdag 6 oktober,
Mooi weer, maar 's morgens vroeg nog goed koud. Nog even wat foto's van de campground konijntjes.
We rijden langs de dump, hoewel we niet veel te dumpen hebben. En...we tanken voor de zoveelste keer en verlaten Canmore via de A1. Het landschap langs de mooie Bow river is afwisselen begroeid en kalig (in het voorjaar zal het waarschijnlijk wel mooi zijn). Ontzettend veel berkenbossen met naaldhout ertussen.
Het meisje van het toeristenbureau raadde ons gisteren de Grotto Canyon trail aan.


campingkonijntjes

met grottekeningen.

De trail zou langs heel oude tekeningen leiden, maar het eerste stuk van de trail (onder een hoog-spanningsleiding door lopen en in de richting van een enorme grommende fabriek, trekt ons niet zo aan.

Bovendien lezen we aanvankelijk verkeerd en schatten dat het zo'n vier uur lopen zou zijn (later bij beter lezen, zien we op het bord dat dit reuze meevalt, maar goed….)

Een eindje verderop vinden we wel een leuke trail: Yamnuska mountain trail. Als we er aankomen, staat er een schoolbus en een hele groep kinderen met een gids klaar om te gaan hiken. De gids wijst ons hoe we een pittige maar mooie route kunnen lopen. De verzamelde jeugd gaat langs een andere weg. Het is inderdaad een goede tocht. Af en toe behoorlijk zwaar met klimwerk, maar ook mooie vlakken stukken.
Aan het begin van de trail moet je opschrijven hoe laat je hier vertrok en terug hoe laat je beneden was. Dit alles voor de veiligheid. Dan weten de mensen van het natuurpark dat je werkelijk terug bent. Anders gaan ze zoeken.

opschrijven vertrek

Mt Yamnuska
De meeste bladeren zijn van de berkenbomen af. Daardoor lopen we lekker in het zonnetje. De uitzichten zijn erg mooi en de duizenden berkenstammen schitteren intens tegen de blauwe lucht. We lopen niet de hele trail, we denken ongeveer de helft (de rest is voor een ander keertje).
Later zegt iemand dat het een granny's trail is, maar we hebben vandaag nog een eindje te rijden.
Onderweg komen we ook nog de kinderen van een tweede groep tegen. De discipline valt ons op.

late paintbrush
Bij de parkeerplaats maken we nog een praatje met de chauffeuse van de schoolbus. Ze rijdt elke dag zo'n 300 kilometer om de kinderen te halen en te brengen.
zonnende vlinder

Aan de oever van de Bow river, vlak bij de dam van Ghost Lake, een stuwmeer met veel watersport, drinken we een kopje koffie. Daarna trekken we door naar onze laatste campground. Op papier zag het er goed uit, bij een provinciaal park.
Bij aankomst blijkt dit niet te kloppen.
De camping ligt 5 minuten rijden van het park. We hebben niet genoeg puf om verder te kijken.

De camping van gisteren was al niet zo bijster interessant, maar een lustoord vergeleken met deze.


Ghost Lake

Spring Hills campground
Het is een kaal stuk land, met nog jonge kleine sparretjes bij elke kampeerplaats, Kleine stukje gras ertussen en verder grind en hekken. We krijgen een toegangspasje, ook voor de toiletten. Aan de zijkant is een enorme winterstalling van campers.
Manuel zegt: welkom in legerkamp Spring Hills. Het is overigens wel netjes.
Gelukkig is het stralend weer, dus we kunnen lekker zonnen. In de kampwinkel kopen we nog wat spulletjes voor het thuisfront.
Een gasman bezorgt gas voor de tanks van permanente bewoners.

Dag 22, donderdag 7 oktober.
Op tijd op om de camper schoon te maken.
het is maar een korte rit naar het vliegveld.
De route naar het kantoor is niet goed aangegeven in het boek van Fraserway, maar ons gevoel brengt ons waar we wezen moeten.
De formaliteiten worden vlot afgehandeld en we krijgen korting omdat de tank in het begin niet goed vol was; sympathiek.
In het zonnetje wachten we op de shuttle naar het vliegveld. We zijn ruim op tijd en gaan nog even buiten op een bankje wat puzzelen en lezen.


wachten op de shuttlebus

Alberta bij avondlicht vanuit de lucht

Vanuit het vliegtuig zien we weer hoe wijds Alberta is. De vlucht verloopt voorspoedig.
Ook op Schiphol gaat alles naar wens, we halen de trein.
In Assen is het wel even koukleumen bij het wachten op de bus.
Maar we vermaken ons met het observeren van tieners en zo gaat ook die tijd snel om.
Thuis is alles gelukkig in orde.
Het was een werkelijk prachtige vakantie. We hebben enorm genoten van de natuur en willen nu al weer terug.